40 dagentijd

De veertigdagentijd is de periode die begint op Aswoensdag als een tijd van voorbereiding op het Paasfeest. De veertigdagentijd is van oorsprong een periode van vasten en bezinning op de eigen christelijke levenspraktijk. Er wordt gevast om toe te leven naar Pasen.
Eigenlijk is het een periode van 46 dagen, maar de zondagen gelden als aparte dagen. Op de zondagen wordt vanouds niet gevast en deze doen in de telling dan ook niet mee.
Het zijn 40 dagen omdat Jezus zelf 40 dagen in de woestijn vastte, als voorbereiding op zijn werk.
Het concilie (vergadering van bisschoppen) van Nicea in 325 getuigt al van een 40dagenvasten. In die vroegchristelijke tijd vastte men tot zonsondergang.
In de 9e eeuw verschoof men de enige maaltijd van de dag van zonsondergang naar 3 uur, vanaf de 14e eeuw naar de middag.
De Katholieke Kerk is in de loop der eeuwen minder streng geworden bij het voorschrijven van het vasten en heeft ook alternatieve vormen van vasten en onthouding voorgesteld.
Veertigdagentijd is een term die eerder binnen de protestantse kerken geen gemeengoed was. Daar werd het ‘de lijdenstijd’ genoemd, met alle nadruk op het lijden van Jezus. Soms zelfs alleen maar zijn kruislijden, en dat werd vaak verbonden met de 7 kruiswoorden. Op 6 lijdenszondagen en de laatste in de dienst op Goede Vrijdag.
Misschien is het daarom dat het lijdensverhaal uit, vooral, Mattheus, op muziek gezet door Bach in zijn Matthäuspassion nergens ter wereld zo ‘groot’ is geworden , als in (het calvinistische) Nederland.
De Matthäuspassion was geschreven/gecomponeerd voor de dienst op Goede Vrijdag
Langzamerhand is het begrip 40dagentijd ook in de protestantse kerken ingeburgerd geraakt, omdat men inzag dat bij ‘lijdenstijd’ de nadruk wel heel sterk kwam te liggen op maar één aspect, het lijden.
De laatste jaren hebben de alternatieve vormen van vasten ook steeds meer ingang gevonden bij protestanten. Dan gaat het bijvoorbeeld om geen alcohol drinken, geen snoep, minder vlees, terughoudend zijn in de tijd waarop men op de social media zit, enz. In ieder geval : jezelf iets ontzeggen, waar je altijd plezier in hebt en het geld dat je daar eventueel mee bespaart opzij leggen en aan een goed doel geven.
De 40dagentijd is een serieuze periode, je staat als gelovige stil bij het lijden van Jezus, maar ook bij het lijden van mensen nu. Daarom is er ook altijd een landelijke diaconale 40dagen-actie.
De verschillende zondagen van de veertigdagentijd hebben in de traditie een specifieke latijnse naam. De eerste vijf zondagen ontlenen hun naam aan de beginwoorden van het intochtsgezang :
Eerste zondag: Invocabit [‘roept hij (Mij) aan’] (Ps. 91 :15 )
Tweede zondag: Reminiscere [‘gedenk’] (Ps.25 : 6)
Derde zondag: Oculi [ ‘ogen’] (Ps. 25 : 15)
Vierde zondag: Laetare [‘verheug u’] (Jes. 66 :10)
Vijfde zondag: Judica [‘verschaf mij recht’] (Ps. 43 : 1)
Zesde zondag: Palmzondag

De laatste week, de Goede Week, is het hoogtepunt van de 40dagenperiode. Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag vormen samen met de Paasdag het absolute hart van het liturgische jaar.

Zoals gezegd, de veertigdagentijd begint met :
aswoensdag
Carnaval is voorbij. Toen kon men nog even uit de band springen, voordat het vasten begon.
in de dienst op aswoensdag worden de mensen op het voorhoofd getekend met een ‘askruisje’.
De palmtakken die op Palmpasen van het vorige jaar zijn gebruikt , worden verbrand.
As, als teken dat wij mensen sterfelijk zijn.
in Oude en Nieuwe Testament is as ook symbool van boetedoening en bekering.
Wij mensen zijn zondig, maken fouten, maar willen belijden dat we in het kruis van Jezus redding vinden.
De as die na de verbranding overblijft wordt aangelengd met water of chrisma – olie – soms miswijn, zodat het geheel wat kleverig wordt en er een kruisje mee kan worden gemaakt op het voorhoofd van de gelovige.
En daarmee wordt de as – want as is ook vruchtbaar – teken van nieuw leven, in kruis en opstanding van Christus. Je hoeft niet in je schuldigheid te blijven vastzitten, er is openheid voor een nieuwe toekomst.

40dagen-bord
In de kerk staat vanaf Aswoensdag een houten bord. In dat bord zitten 40 spijkertjes. Er zijn 40 houten hangertjes met daarop de getallen van 1 t/m 40. Eigenlijk zou er elke dag een hangertje aan het spijkertje moeten worden gehangen. In ieder geval hangen we de bijbehorende getallen op, op de woensdagen en zondagen waarop een uitzending vanuit de kerk is. Dus we tellen af. We beginnen bij 40 op Aswoensdag en eindigen op 1 op Stille Zaterdag.

                                        Ron Lafeber